Dooie boel in curatorenland?

Door: Freerk Bleker

Het aantal faillissementen daalt al vier jaren op rij. Na de recordjaren 2012 en 2013 gaat 2018 straks de boeken in als het jaar met het laagste aantal faillissementen van deze eeuw. Het kabinet grijpt deze relatief rustige jaren aan om het Nederlandse faillissementsrecht te vernieuwen.

Modernisering faillissementsrecht
Tijdens de crisis werd pijnlijk duidelijk dat het Nederlands faillissementsrecht aan modernisering toe was. De Faillissementswet uit 1896 bleek bovendien niet altijd even effectief. Met een ambitieus wetgevingsprogramma, bestaande uit drie pijlers, werkt het kabinet aan een toekomstbestendige Faillissementswet. In eerste instantie lag de focus op faillissementsfraude: de curator heeft sinds kort een wettelijke taak als fraudebestrijder en de strafbaarheid van faillissementsfraude is aangescherpt. Bovendien bestaat nu de mogelijkheid om een bestuursverbod op te leggen aan frauderende bestuurders. Deze zogenaamde fraudepijler van het wetgevingsprogramma is afgerond. Ook de tweede pijler, de moderniseringspijler, is nagenoeg gereed. De faillissements-procedure wordt transparanter en sluit beter aan bij de digitale ontwikkelingen. Ik kijk echter het meest uit naar de reorganisatiepijler, die nu wordt ontworpen. De crisis maakte duidelijk dat bedrijven in financiële nood nu onvoldoende in staat zijn om tijdig te herstructureren en reorganiseren om een faillissement te voorkomen.

Herstructurering
Op dit moment is herstructurering van schulden buiten faillissement alleen mogelijk als schuldeisers daar vrijwillig mee instemmen. Het kabinet heeft nu een regeling bedacht waarbij de rechtbank een afspraak tussen de onderneming en de meerderheid van de schuldeisers en aandeelhouders kan goedkeuren, met als gevolg dat de overige (onwillige) schuldeisers ook zijn gebonden. Het is de bedoeling dat een ondernemer dit instrument tijdig inzet, als hij nog in staat is om zijn lopende verplichtingen te voldoen, maar bijvoorbeeld voorziet dat hij vastloopt als over een half jaar een lening moet worden terugbetaald.

De ondernemer zal met zijn juridisch en financieel adviseurs een akkoord moeten ontwerpen en in onderhandeling gaan met zijn schuldeisers en aandeelhouders. De rechtbank zal vervolgens toetsen of voldoende schuldeisers instemmen met het akkoord en of de schuldeisers en aandeelhouders bij het akkoord zijn gebaat, of er in ieder geval niet op achteruit gaan in vergelijking met een faillissementsscenario. Daarbij kan de rechtbank een deskundige benoemen, een soort curator die de belangen van de schuldeisers behartigt. Een akkoord kan inhouden dat schuldeisers een percentage van hun vordering betaald krijgen, maar ook een ’debt forequity swap’, waarbij schuld wordt omgezet in aandelenkapitaal, is denkbaar. Als de regeling wordt ingevoerd, leidt dat zeker tot een groot aantal
vragen en procedures. Ik voorzie conflicten tussen schuldeisers met een verschillende rangorde of zekerheidspositie. Ook de waardering van de onderneming en de vraag of de betrokkenen bij het akkoord echt beter af zijn dan in geval van faillissement, gaat strijd opleveren. De tijd zal leren of het beoogde doel wordt bereikt: minder faillissementen en dus minder maatschappelijke schade. Ik denk dat een belangrijke voorwaarde voor succes zal zijn dat ondernemers en hun adviseurs tijdig aan de bel trekken bij financiële problemen, iets dat nu ook al geldt. Ondanks het afnemende
aantal faillissementen voldoende stof tot nadenken!

Freerk Bleker is partner bij Daniels Huisman Advocaten. Hij is gespecialiseerd in het ondernemingsrecht en het faillissementsrecht. Daniels Huisman heeft een persoonlijke en assertieve benadering voor de ondernemer en werkt vanuit drie vestigingen in Almelo, Deventer en Enschede.

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT