Fiscaal fit; hoe doe ik dat?

Mij is gevraagd om een column te schrijven over ‘fiscale fitheid’. Volgens ‘Van Dale’ betekent ‘fit’ dat je in goede conditie bent. Nu is het begrip ‘goed’ geen absolute grootheid, maar afhankelijk van waar je die conditie dan tegen afzet. Het antwoord op de vraag: wanneer is een onderneming fiscaal fit, is dus niet zo maar even op te lepelen. Toch kun je hier best iets van zeggen.

Waar ondernemers over het algemeen een enorme hekel aan hebben, is ‘gedoe’. En al helemaal ‘gedoe’ waar ze geen sturing over hebben. Hoe voorkom je ‘fiscaal gedoe’? Door ‘in control’ te zijn. Je krijgt wat je verwacht. Krijg je (belasting)aanslagen die je verwacht, dan ontstaat er per definitie minder stress en dat voelt dan ook niet als gedoe. Probeer dus controle te krijgen over je fiscale positie. Niet alleen voor de loon- en inkomstenbelasting, maar ook voor de omzetbelasting, vennootschapsbelasting en, niet te vergeten, de heffingen van lagere overheden als energiebelasting, onroerend zaak belasting enz. Deze kunnen nogal aantikken en de aanslag valt altijd op een vervelend moment op de mat. Breng dus de hele fiscale positie in kaart, houd bij waar je staat, voorkom
rente en boetes, en bewaak deze positie. Beschouw (belasting) heffingen als een maatschappelijk noodzakelijke kostenpost, maar probeer deze zoveel mogelijk te minimaliseren en te beheersen. Is goed voor je nachtrust en voldoende slaap is nu eenmaal essentieel voor een ‘goede conditie’. In control zijn zou dus zomaar eens kunnen leiden tot een gevoel van ‘fiscale fitheid’.

Gedoe kan ook ontstaan wanneer uit onverwachte hoek een claim wordt gelegd op het vermogen van een onderneming. Ik denk hierbij niet aan beslagleggingen en dat soort (zakelijke) ellende, maar bijvoorbeeld in het geval een aandeelhouder die niet in de onderneming werkzaam is toch aanspraak maakt op dividend. Het komt in familiebedrijven nogal eens voor dat niet alle aandeelhouders/familieleden in de zaak actief zijn. Zij hebben, vanwege het feit dat zij op afstand staan, per definitie, minder zicht op de gang van zaken binnen een onderneming, maar wel degelijk rechten en wensen. Deze stroken niet altijd met de visie van familieleden die wel een functie hebben binnen de  (familie)onderneming. Als er iets is wat vervelend is, is het wel ‘gedoe’ binnen de familie. Kun je dit voorkomen? Nooit helemaal ben ik bang, maar je kunt wel spelregels met elkaar afspreken. Maak een familiestatuut en laat dat fungeren als een leidraad waarin de onderlinge verhoudingen, uitgangspunten normen en waarden zijn vastgelegd. Ook in het geval een familielid overlijdt, niet geschikt blijkt voor ‘the job’ etc. kan een familiestatuut een hoop intern ‘gedoe’ voorkomen en draagt dit document bij aan de conditie van de ondernemer en de onderneming.

Kortom; fiscale conditie kun je opbouwen met een paar slimme kunstgrepen. Regel de zaken wanneer de onderlinge verhoudingen goed zijn (het familiestatuut). Maak een fiscaal control framework waarin alle fiscale verplichtingen,
werkstromen en bevoegdheden zijn vastgelegd. Dat lijkt veel werk, maar fungeert als een doordacht trainingsschema en draagt dus bij aan een ‘goede conditie’.

Reageren? Mail: arnold.poelstra@nl.ey.com

Arnold Poelstra
Partner & belastingadviseur EY
www.ey.com

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT