Faillissement van de franchisegever: zwijgen is zilver, spreken is goud!

De afgelopen jaren heeft de wereldeconomie zware klappen te verwerken gehad. Diverse ondernemers hebben de gevolgen hiervan aan den lijve ondervonden en hun deuren moeten sluiten. Faillissementen waren aan de orde van de dag. Ondanks het feit dat de Nederlandse Franchise Vereniging ‘franchising’ als crisisbestendig heeft getypeerd, heeft de praktijk uitgewezen dat ook diverse franchise-ondernemers niet ongeschonden uit de strijd zijn gekomen. Zo hebben diverse Hema franchisenemers een faillissement niet kunnen afwenden en zijn bekende ketens zoals Phonehouse, DA en Halfords op de spreekwoordelijke fles gegaan. Wat zijn nu de gevolgen van het faillissement van de franchisegever voor de franchisenemer?

Wat is franchise?
Wat precies onder ‘franchise’ moet worden verstaan, laat zich niet eenvoudig omschrijven. Franchise als begrip ontbreekt ook in het Burgerlijk Wetboek. Franchise kent haar oorsprong in de Verenigde Staten, waar franchise tot ontwikkeling is gekomen met ketens als Holiday Inn en McDonalds. De basis van de franchiserelatie tussen de franchisegever (de keten) en de franchisenemer (de lokale ondernemer) wordt vastgelegd in de franchiseovereenkomst. Het betreft een nauwe samenwerking tussen de franchisegever en de ondernemer, waarbij tegen betaling van een vergoeding het recht wordt verleend een onderneming te exploiteren voor de afzet van een bepaald type goederen en/of diensten door gebruik te maken van het door de franchisegever gedicteerde concept (de franchiseformule). De ondernemer verkoopt vaak uitsluitend door de franchisegever (of een gelieerde partij) aangeboden producten.

Ondanks dat de ondernemer onder de vlag van de franchisegever naar buiten toe optreedt, bijvoorbeeld als Hema-vestiging, is een wezenlijk kenmerk van franchise dat de ondernemer voor eigen rekening en risico zijn onderneming exploiteert. Een faillissement van de ondernemer heeft dan ook niet per definitie het faillissement van de franchisegever tot gevolg. In de spiegelbeeldige situatie is echter wel actie van de ondernemer geboden.

Gevolgen faillissement van de franchisegever
Hoewel vaak anders wordt gedacht, betekent een faillissement niet direct het einde van een (franchise)overeenkomst. Ook tijdens het faillissement van de franchisegever blijft de franchiseovereenkomst dus in beginsel van kracht. Hier zit wel een addertje onder het gras; nakoming van de franchiseovereenkomst door de curator van de franchisegever kan namelijk niet worden afgedwongen. De ondernemer zal de curator moeten vragen of hij de franchiseovereenkomst gestand doet (lees: blijft nakomen). Dat kan van belang zijn voor een eventuele verkoop c.q. doorstart van de franchiseformule. Ook de ondernemer is dan gehouden de franchiseovereenkomst na te komen. Wanneer de curator aangeeft de franchiseovereenkomst te zullen nakomen, zal hij hiervoor zekerheid moeten stellen. Indien de curator niet (tijdig) of afwijzend reageert, verliest de curator het recht om zelf nakoming van de franchiseovereenkomst te vorderen. De ondernemer heeft in dat geval het recht om de franchiseovereenkomst (voor de toekomst) te ontbinden en eventueel een schadevergoedingsvordering bij de curator te indienen. Hiermee lijkt de kwestie afgerond, maar let wel, sommige bepalingen in de franchiseovereenkomst, zoals een non-concurrentiebeding, verliezen in beginsel hun werking niet door ontbinding van de franchiseovereenkomst. In het geval van franchise zijn de franchisegever en de ondernemer dus zeer nauw aan elkaar verbonden. Het is dan ook van belang dat de ondernemer bij een faillissement van de franchisegever actie onderneemt teneinde duidelijkheid te verkrijgen over het voortbestaan van de franchiseformule en de franchiseovereenkomst.

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT