Ferdinand Fransen

Ik ben een slappe lul. Ik kan niet goed tegen ziekenhuizen. De geur, de reden dat die mensen daar zijn… Bejaardentehuizen trekken ook een flinke wissel op mij, mijn beide oma’s hebben in een bejaardentehuis gezeten. Kort, en dat begrijp ik zeer. Dan liever de pijp uit…

Ik ben altijd erg gesteld geweest op Ferdinand Fransen. Ik kwam af en toe bij hem over de vloer. Een sterke vent. Zijn boezemvriend wijlen Frans Hartman had een teringhekel aan mij; desalniettemin deed Fransen over onze relatie nooit moeilijk. Sterker nog, in 2008 bij zijn 80ste verjaardag gaf hij het boek ‘Tachtig jaar ontmoetingen’ uit en op pagina 122 kwam ik nota bene een verhaal over mijzelf tegen…. Mijn recensie over dat boek is terug te vinden op mijn site: http://www.anjeprodukties.nl/redactioneel/ferdinand-fransen-en-kostbaar-bezit-twente/.

Hij was een vaste lezer van mijn column ‘Moordkuil’ in De Roskam en belde mij regelmatig om te complimenteren of de mantel uit te vegen. Jaren geleden was hij te gast bij Radio Oost, na afloop van het programma moest ik snel weg, want de finalewedstrijd tussen HSC’21 en IJsselmeervogels stond op het programma; hij wilde graag mee. Met hoge snelheid sjeesden we naar Spakenburg, kropen door het hek omdat ik voor hem geen kaart had, en werd door mij in een plastic stoeltje naast de dug-out van HSC’21 gezet waar trainer Paul Krabbe zijn ploeg naar de titel der amateurs loodste. We dronken tussendoor lauwe koffie uit een plastic bekertje en aten ’s avonds ter afsluiting een harinkje in zijn keuken met zijn vrouw Kirsten. Hij vond het geweldig.

Nu, bijna 90 jaar oud lijdt Fransen aan de gevreesde ziekte van Alzheimer. Hij woont in een zorgvilla in Borne. Ik had onlangs een afspraak met Bert de Haan die bezig is met een nieuw boek; De Haan is een goede vriend van Fransen, we kwamen over de oude mecenas te praten en hij vertelde onder meer hoe Fransen hem nog niet zo lang geleden zijn kamer uit zette omdat hij doodmoe van hem werd. Zo ken ik die ouwe weer…, dacht ik grijnzend. De Haan nodigde mij uit een keer mee te gaan op bezoek bij Fransen.

Fysiek valt er niet zoveel aan te merken op de kranige ouwe man, gezien zijn leeftijd; op zijn onderkomen ook niet: een ruime kamer met tuinkamer, heel anders dan waar mijn oma’s pakweg dertig jaar geleden in verbleven. Een paar boeken lagen op tafel, het weekblad Voetbal International en een boek over FC Twente maar desgevraagd bleek hem de ellende van de club in de afgelopen jaren volledig ontgaan te zijn. In de tuinkamer hing een briefje van zijn vrouw Kirsten aan de verpleging dat ‘haar man zo graag op zondag om half elf naar de kerkdienst op Nederland 2 kijkt..’

Hij zwaaide ons uit via het keukenraam. Vroeger zei hij altijd dat hij van zijn moeder had geleerd dat visite altijd vreugde brengt: is het niet bij het komen, dan is wel bij het gaan…

Toen ik Bert na afloop van het bezoek weer in Enschede had afgezet, heb ik twee straten verderop even achter mijn stuur zitten huilen. Fransen woont daar mooi, hij is oud geworden, misschien wel vanwege mijn oma’s die ik in hun laatste jaren nauwelijks meer bezocht heb, misschien omdat ik zelf inmiddels ook halverwege de vijftig ben, over de vergankelijkheid… nee, ik ben gewoon een slappe lul…

 

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT