Ik ben een Scheveninger

Ik ben geboren in Scheveningen, heb daar slechts zeer kort gewoond, maar ik ben trots om te zeggen dat ik een Scheveninger ben. Het slaat nergens op, ik weet er volstrekt niets meer van, wel van mijn jeugd in Voorburg, maar ik kom graag in Scheveningen. Ik heb jaren op het strand gewerkt bij de Camelclub en bij Peukie. En een paar jaar geleden toen ik eindelijk een paar centen had verdiend (en overgehouden) trakteerde ik mezelf en mijn vriendin op een overnachting in het Kurhaus. Want dat was wat in mijn jeugd en jonge jaren: gast van het Kurhaus. Met open mond stonden wij de grote auto’s te bekijken die kwamen aanrijden bij het Kurhaus, nou dan had je het in de ogen van mij en mijn vriendjes wel gemaakt. En nu sliep ik er zelf… Niks mis mee, maar de bedden van Van der Valk waar ook in het land weet ik uit ervaring slapen minstens zo goed…

Eind februari ben ik naar het Heijermans Festival geweest in het Appeltheater in Scheveningen. Met rondleiding door het oude dorp, lunch en voorstelling van Op Hoop Van Zegen. Ik kan het stuk dromen, ik heb het boek vaak gelezen, ik heb de film gezien. Na afloop naar de Pier, mijns inziens het symbool van de opkomst, ondergang en redding van Scheveningen. De bedrijven Bredero en Zwolsman hebben Scheveningen in de jaren zeventig bijna helemaal aan gort geholpen. Slopen van gebouwen was te lastig, dus staken ze de boel maar in de fik (zo was het verhaal). De lelijke betonnen dozen langs de boulevard stammen ook uit die tijd.

In grote stappen: voor Van der Valk was de Pier ook te begrotelijk. En nu is KondorWessels Vastgoed eigenaar. Vanuit een restaurant op de Pier heb ik Wessels gebeld en  gezegd dat hij mijn jeugd nieuw leven heeft ingeblazen. Er is inmiddels voor een paar centen aan verbouwd en het ziet er schitterend uit. Jaren geleden ben ik de dag voor de sluiting speciaal naar Scheveningen gereden om nog één keer op het achterdek koffie te drinken. Het bleek gelukkig dus niet de allerlaatste keer te zijn geweest…

Terug naar het Appeltheater, terug naar Op Hoop Van Zegen waar je voor reder Bos net zo gemakkelijk een textielbaron kan invullen. Het was de tijd dat het plebs slechts dankjewel mocht zeggen. Ik herinnert me fusies van de textielfamilies dat leidde tot een Raad van Bestuur van tientallen mensen. In die laag werd niet gesaneerd. Ik heb de pest aan rangen en standen, mensen die vanwege hun geboorte denken meer waard te zijn… Het is mijn jeugd, waar mijn vader door een huisjesmelker als een bedelaar werd behandeld.

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT