Nieuwe kansen voor het landelijk gebied; ontwikkeling van nieuwe landgoederen

Het beheren en beschermen van natuurgebieden behoort al een geruime tijd tot de prioriteiten van de overheid. Ook het tot stand komen van de ecologische hoofdstructuur (EHS) en de koppeling met andere maatschappelijke belangen is daarmee onlosmakelijk verbonden. De overheid stimuleert het (collectief) ontwikkelen en beheren van nieuwe natuurgebieden door particulieren en agrarische natuurverenigingen.

Landgoederen (nieuw en bestaand) combineren over het algemeen functies als landbouw, bosbouw, cultuurhistorie, landschap, natuurbeheer, bewoning, recreatie en jacht. Landgoederenbeleid is bij uitstek een onderwerp waar verschillende beleidsterreinen en rechtsgebieden samenkomen: monumentenzorg, recreatie, ruimtelijke ordening, subsidies, omgevingsrecht, milieu en natuur.

Ontwikkeling nieuwe landgoederen
Zowel de provincie Overijssel als gemeenten in Overijssel dragen bij aan de kwaliteit van natuur en landschap. Zij hebben de ambitie om via “Rood voor Groen constructies” de leefbaarheid van het platteland te bevorderen door onder meer ruimte te bieden voor het ontwikkelen van nieuwe landgoederen.

Indien er sprake is van een maatschappelijke meerwaarde doordat bepaalde natuur- en landschapsdoelstellingen worden gerealiseerd, kan er een landhuis van allure van minimaal 1.000m3 worden ontwikkeld (rood) op een locatie waar dit normaal gesproken niet is toegestaan. Als tegenprestatie moet er publiek groen worden ontwikkeld. Voor de aanleg, het behoud en de exploitatie van nieuwe landgoederen is het van belang ‘economische dragers’ te vinden. De ontwikkeling van natuur kan op deze wijze worden gefinancierd.

Een nieuw landgoed moet minimaal een aaneengesloten oppervlakte hebben van 10 hectare landbouwgrond, die nog niet is gerangschikt onder de werking van de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Tenminste 30% van het nieuwe landgoed moet bestaan uit nieuw bos en 90% van het terrein moet openbaar toegankelijk zijn. De verplichte 30% nieuwe natuur moet de initiatiefnemer zelf betalen. Voor de overige natuurontwikkeling kan van algemene subsidies gebruik worden gemaakt. Een nieuw landgoed mag in de provinciale EHS  worden gerealiseerd, maar de gebouwen moeten buiten de EHS worden gebouwd. De EHS bestaat uit een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden. De landgoedactiviteiten mogen het karakter en de wezenlijke kenmerken van de EHS  in beginsel niet verstoren.

In bijna alle gevallen is een landgoedontwikkeling ‘maatwerk’, waarbij er per locatie bekeken zal moeten worden hoe de activiteiten en functies planologisch kunnen worden ingepast. Voor het omzetten van agrarische grond naar landgoed is een bestemmingswijziging vereist.

Natuurschoonwet 1928
Het nieuwe landgoed moet in Overijssel voldoen aan de vereisten die de NSW aan een landgoed stelt. Door een NSW-rangschikking kan de landgoedeigenaar een beroep doen op diverse fiscale faciliteiten op het gebied van overdrachtsbelasting, inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting. Op grond van de Wet waardering onroerende zaken worden woningen op een NSW-landgoed gewaardeerd naar de lagere bestemmingswaarde. De lagere WOZ-waarde werkt weer door in de inkomstenbelasting (lager eigenwoningforfait), onroerendezaakbelasting  en waterschapslasten. De Gemeentewet bepaalt dat bij het bepalen van de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen de waarden van onbebouwde eigendommen van een NSW-landgoed buiten beschouwing wordt gelaten.

Conclusie
Gemeenten zijn in de regel bereid om landgoedeigenaren te faciliteren en hen, binnen bepaalde kwaliteitscriteria, de vrijheid te geven om functies in te richten. Van doorslaggevende betekenis daarbij is de positieve bijdrage die het landgoed levert aan de ruimtelijke kwaliteit en de realisering van de natuur- en landschapsdoelstellingen van de gemeente.

 

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT