Hoe veranderde het winkellandschap in Oost-Nederland in de vijf jaren voor de coronacrisis?

De coronacrisis heeft momenteel forse invloed op het straatbeeld en zorgt bij een deel van de detailhandel voor ongekend omzetverlies. Ook in Oost-Nederland. Om beter in te kunnen schatten wat de effecten zijn van de crisis en wat de detailhandel kan doen als de crisis voorbij is, komen de resultaten van het recente Koopstromenonderzoek Oost-Nederland op een goed moment.   

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland
Ruim 60.000 respondenten uit Oost-Nederland, de ring daarom heen en de Duitse grensregio vulden vorig najaar een vragenlijst in over hun koopgedrag. Het periodieke onderzoek vond voor de achtste keer plaats. Dit keer met een recorddeelname van 53 gemeenten uit vier provincies. Belangrijkste onderzoeksvragen: ‘Wie koopt wat, waar en waarom juist daar’? En hoe functioneert de detailhandel?

Belangrijkste inzichten
De ruimtelijke (fysieke) koopstromen binnen Oost-Nederland nemen al jaren geleidelijk af. Consumenten besteden steeds minder in winkelgebieden buiten hun eigen gemeente en steeds meer online:. Dichter bij huis en steeds meer vanuit huis is de nieuwe realiteit.

Specifieke cijfers over Enschede:

91% van Enschedeërs kopen dagelijkse boodschappen (supermarkt, drogist, bloemen etc.) in Enschede zelf. 2% doet dit online en 6% doet de boodschappen in andere gemeenten. Dit is gelijk gebleven t.o.v. 2015.

62% van de Enschedeërs kopen niet-dagelijkse goederen (kleding, schoenen, meubels etc.) in de eigen gemeente, 20% online en 18% in andere gemeenten. De koopkrachtbinding voor niet-dagelijkse goederen is afgenomen t.o.v. 2015 (was toen 69%). Dit is lijn met het algemene beeld in grotere steden.

Wat in Enschede vooral belangrijk is, is dat de aankoop van  niet-dagelijkse goederen door mensen die niet in Enschede wonen ten opzichte van 2015 is genomen van 32% naar 47%. Veel meer mensen van buiten Enschede komen naar onze stad om te winkelen. Dit bevestigt de versterkte positie van Enschede in de (eu)regio.

Enschede en Apeldoorn zijn de grootste trekkers in de niet-dagelijkse sector gevolgd door Zwolle, Deventer en Emmen. Deventer en Emmen zagen beiden het niet-dagelijkse marktaandeel slinken. De enige gemeente waar sprake is van een behoorlijke toename van het niet-dagelijkse marktaandeel, is Enschede.

Vergeleken met 2015 is de verschuiving van offline naar online van 1% naar 2% (gemiddeld voor benchmark gemeenten is dit 3%) voor dagelijkse goederen en voor niet dagelijkse goederen van 12% naar 20%. (gemiddelde van de benchmark gemeenten)*. De coronacrisis kan ertoe leiden dat deze verschuiving versneld wordt.

Vier interessante constateringen 

1.       Terwijl het aantal winkels in Oost-Nederland afnam, nam het aantal verkooppunten in de horeca, cultuur en ontspanning sterk toe. Veel consumenten combineren winkelbezoek met een bezoek aan een horecagelegenheid. Het zijn echter alleen de grootste binnensteden die een duidelijke vrijetijdsfunctie vervullen. Dit zijn de winkelgebieden waar de consumenten nog naartoe gaan om een dagje te winkelen.

Enschede:
Enschede valt onder de grootste binnensteden en vervult een leisurefunctie. Bezoekers combineren winkelen voornamelijk met een bezoek aan een lunchroom of het nuttigen van een drankje.\\

2.       Consumenten beoordelen de winkelgebieden in Oost-Nederland positief. Bij de keuze voor een winkelgebied voor boodschappen is nabijheid een belangrijk motief. Bij de keuze voor een winkelgebied voor modeaankopen vormt het winkelaanbod zelf het belangrijkste bezoekmotief.

Enschede:
Gemiddeld worden de aankooplocaties in de gemeente Enschede met een 7,8 gewaardeerd. Het centrum wordt met een 8,0 gewaardeerd. De winkelcentra krijgen een score tussen de 7,3 en 8.

3.       In de modebranche ligt het aandeel online bestedingen inmiddels op ongeveer een kwart (26% procent). Hoe groter het modeaanbod (ten opzichte van het aantal inwoners) in een gemeente is hoe kleiner de online afvloeiing in de modebranche (In Enschede is dit 24%). Op dit moment vindt 3% van die online mode aankopen bij een lokale winkelier plaats, maar er zijn gemeenten waar dit 13% is.

4.       Een aantal gemeenten in Oost-Nederland profiteert in toenemende mate van koopstromen uit Duitsland en van de bestedingen die toeristen bij de lokale detailhandel doen. Dat draagt bij aan het draagvlak van winkelgebieden. Onder Duitsers is Oost-Nederland vooral populair voor de aankoop van boodschappen, tuinartikelen en mode. Duitsers uit de grensregio besteden meer in Oost-Nederland dan andersom.

Enschede:
Onder Duitsers is Oost-Nederland vooral populair voor de aankoop van boodschappen en tuinartikelen en planten gevolgd door mode.   Enschede en Winterswijk zijn voor Duitsers populaire bestemmingen voor het doen van modeaankopen. Enschede is de gemeente die in absolute zin veruit de meeste bestedingen van Duitse consumenten aantrekt. 19% van de aankopen in niet dagelijkse goederen en 11 % van de dagelijkse goederen worden door Duitsers gedaan. Andersom gaat om ongeveer 3%.

‘Werk aan de winkel’
Vooral voor winkels en winkelgebieden die kwetsbaar zijn voor online verkoop, minder trouw publiek hebben, in een vergrijzende omgeving liggen, wat lager scoren op ‘gemak en comfort’ of ‘te ruim in de jas zitten’. Vooral dat laatste aspect vraagt om (regionale) samenwerking, creativiteit en doorzettingsvermogen.

De verwachting is dat de coronacrisis de trends in het koopgedrag versterkt en daarmee de urgentie van de opgaven voor winkelgebieden vergroot. Koopstromenonderzoek laat zien waar de uitdagingen zitten en kan belanghebbenden helpen om hierin gerichte keuzes te maken.

Deze bijna verdubbeling wordt deels veroorzaakt door een andere onderzoeksmethode. In het rapport wordt daarom een vergelijk gemaakt met het onderzoek in de randstad in 2018. Daar is de gemiddelde afvloeiing in het online aanbod in de dagelijkse sector 3,1% en niet dagelijkse sector 24,2%.

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT