Die kinderen

Er is veel gebeurd sinds mijn laatste column. Op 1 april overleed mijn vader op de gezegende leeftijd van 82 jaar. Zeker een gezegende leeftijd als je bedenkt hoe hij geleefd heeft: hij ‘spuugde’ niet in een glaasje berenburg meer of minder; hij was vanaf zijn 14e een kettingroker en hij heeft in zijn leven een ongelooflijke bak zorgen en stress aan z’n hoofd gehad.

Ik vergeet nooit meer -ik was nog jong- dat hij een lange periode aan de valium zat. Het was namelijk crisis begin jaren 80 en onze grootste klant ging ook nog eens failliet. Er was 300.000 gulden “op stap”, de omvang van het bedrijf halveerde en het was zakelijk geen gezellige tijd. Dit had ook zijn weerslag binnen het gezin, want het bedrijf beheerste ons leven zeven dagen per week, soms zelfs dag en nacht.

Een paar weken geleden overleed een chauffeur van ons bedrijf, hij mocht slechts 59 jaar worden. Een boom van een kerel, altijd keihard gewerkt en zo sterk als een beer. Een vreselijke
ziekte werd hem de baas. En eergisteren overleed opnieuw een werknemer van ons bedrijf; slechts 53 jaar jong, 26 jaar bij ons gewerkt. Ook hij legde het af tegen zo’n rot ziekte.

Nu ben ik tegen wil en dank ervaringsdeskundige. Ruim vijftien jaar geleden overleed mijn eerste echtgenote aan zo’n ziekte en zes jaar later mijn oudste zus. Ze werden respectievelijk 43 en
48 jaar. Het leven kan soms zo oneerlijk zijn… maar dat leven gaat altijd maar weer door in hetzelfde razende tempo.

Ik ondervond dat toen ik thuis zat met vier opgroeiende kinderen, de oudste 17 en de jongste 8. Iedereen begon aan mij te trekken en te zeggen dat ik het leven weer moest oppakken en ook mijn collega’s wilden me graag weer terug zien in het bedrijf.

Maar ik zat met een vreselijk dilemma: ik had mijn vrouw beloofd dat ik het belang van de kinderen boven het bedrijfsbelang zou stellen in het geval ze de ziekte niet zou overleven. Het hield me maandenlang bezig en ik besloot niet op mijn oude stoel terug te keren, maar een rol op de achtergrond in te nemen. Zo kon ik zoveel mogelijk tijd thuis bij de kinderen doorbrengen en nam ik me voor om het voor eens en altijd anders te doen. Mijn kinderen zijn inmiddels volwassen, ze werken hard en hebben hun eigen leven.

Ik ga over een uurtje op bezoek bij de weduwe van de eergisteren overleden werknemer; ze blijft achter met zes kinderen waarvan de jongste nog maar 4 jaar is. Het bezorgt me letterlijk kippenvel. Hoe moet zij in vredesnaam verder met haar leven ? Hoe krijgt ze alles rond ‘gebreid’ met zes kinderen ? En: hoe komt ze financieel rond? Ik word zo boos op het Nederlandse sociale stelsel in dit soort gevallen. Het is de plicht van de overheid om deze mensen echt voort te helpen… maar dat gaat niet gebeuren. Veel overheidsinstanties zitten op grote zakken met geld en geven bakken subsidies aan allerlei onzinnigheden. Maar daadwerkelijk mensen financieel voorthelpen die buiten hun schuld in de problemen zijn gekomen, ho maar.

Ik moet nu gaan. Medelijden en boosheid vechten om voorrang… die kinderen!

Door: Freddy Nijhof, president commissaris Nijfhof-Wassing Groep

Gerelateerd nieuws

Realisatie door Internetbureau Creative ICT